Het Wad

De Waddenzee is onderdeel van de waddenkust van de Noordzee Het woord wad komt van het Latijnse woord vadum, dat "doorwaadbare plaats" betekent. Typerend zijn de tijdens eb droogvallende zandplaten gescheiden door meer of minder diepe geulen. Langs de kust vinden we meestal een modderige strook slik. Met iedere vloed wordt het zoute water van de Noordzee door de zeegaten tussen de Waddeneilanden de wadden opgestuwd. Een aantal rivieren mondt in Waddenzee uit. In Duitsland de Eems, de Wezer en de Elbe, in Nederland (via de sluizen in de Afsluitdijk) de IJsel en andere in het IJsselmeer afwaterende rivieren en kanalen.De in de Noordzee uitmondende rivieren (de Rijn,Maas en Schelde) dragen Zand mee, dat eeuwenlang langs de vlakke en ondiepe kust werd afgezet. Zo'n 5000 jaar geleden ontstonden hierbij, door de werking van de wind, strandwallen. Het gebied achter de wallen bleef voortaan in de regel droog. Er ontwikkelde zich een rijke vegetatie en uiteindelijk vond er zelfs veenvorming plaats. Op die manier is het huidige landschap van Vlaanderen en Holland ontstaan. In het Waddengebied brak de strandwal in de Middeleeuwen echter in stukken, de restanten vormen de huidige Waddeneilanden. Een deel van het land achter de wallen kon door de bewoners met dijken worden beschermd, maar een ander deel werd weer dagelijks door de zee overstroomd. De Waddenzee ontstond dus in een geologische gezien recent verleden, en is zeer veranderlijk, onderhevig aan constante opbouw en afbraak door de zee.



Het getij bepaalt voor een groot gedeelte het leven van tal van dieren op en rondom het Wad, bijvoorbeeld van vogels die achter de dijk wachten op laagwater om in de drooggevallen zones hun eten te zoeken. Maar behalve vogels, kokkels of zeehonden zijn er ook mensen die met het getij leven. Wadlopers moeten precies weten wanneer het water opkomt. Loodsen, badgasten en zeilers houden het getij in de gaten en benutten het, zonder zich af te vragen welk groot geheim erachter schuil gaat.
Het getij is de beweging van eb en vloed in de zee. Het water komt regelmatig omhoog en zakt met de zelfde regelmaat weer terug. Het is een natuurverschijnsel dat vrij simpel te verklaren is.
De basis van getijdenbewegingen liggen in de bewegingen van de maan om de aarde en van de aarde om de zon. Aangezien de bewegingen van deze twee hemellichamen zeer constant zijn, is het ritme van eb en vloed dat ook. Het getij ontstaat door de aardrotatie en door het feit dat de aantrekkingskracht van de maan op het water op verschillende plaatsen op de aarde niet gelijk is. Afhankelijk van de aanwezigheid van landmassa's, de waterdiepte, de vorm en de afmetingen van een waterlichaam treedt er geen getij op of een dubbeldaags getij, een enkeldaags getij of een gemengd getij. De werkelijke waterstand wordt daarnaast beïnvloed door weersomstandigheden zoals wind. Door de baan van de maan om de aarde blijft de schijnbare positie van de maan ten opzichte van de zon per dag zo’n 50 minuten achter. Er zijn daardoor twee hoogwaters en twee laagwaters per ‘maan-dag’ van 24 uur en 50 minuten. De gemiddelde duur van een getijcyclus is dus geen 12 uur, maar 12 uur en 25 minuten. Ook de zon heeft invloed op het getij, maar minder dan de maan, doordat hij veel verder weg staat.
De invloed van de zon op het getij is ongeveer 45 % van die van de maan. Als de zon en de maan als het ware in elkaars verlengde staan ten opzichte van de aarde, dan bundelen zij hun krachten en trekken ze samen meer water aan. Dit fenomeen wordt springtij genoemd. Het omgekeerde kan ook voorkomen. Dit gebeurt als de zon en de maan haaks op elkaar staan. Dan wordt er van twee verschillende kanten aan het water getrokken. Het gevolg is dat het water minder stijgt dan gemiddeld. Dit verschijnsel noemen we doodtij. Langs de Nederlandse kust treden springtij en doodtij overigens niet op tijdens volle maan en nieuwe maan, noch tijdens eerste kwartier en laatste kwartier, maar ongeveer twee dagen later.

De Waddenzee vormt een belangrijk leefgebied voor vele vogelsoorten. Meeuwen, sterns, steltlopers, lepelaars, eenden en ganzen. vinden er hun voedsel als ze doortrekken, overwinteren of broeden op de Waddeneilanden. Droogvallende wadplaten herbergen een rijk bodemleven, dat voor deze vogels een belangrijke voedselbron is. Echter, volgens een onderzoek in 2005 van het NIOZ, loopt het aantal wadvogels ernstig terug. Soorten zoals zilverplevier, bonte strandloper,tureluur en rosse grutto hebben het erg moeilijk. In de Waddenzee komen twee soorten zeehonden voor, de gewone zeehond en de grijze zeehond. In het verleden werd er op deze zoogdieren gejaagd, maar tegenwoordig zijn ze bij wet beschermd. Dat dat geen garantie is voor het voorbestaan van een soort bleek wel toen in 1988 virus de populatie in de Waddenzee decimeerde. Ook vervuiling van de zee door met name chloorkoolwaterstoffen en zware metalen vormen een ernstige bedreiging, hoewel de situatie sinds de jaren 80 sterk verbeterd is.

Na voldoende informatie over het Wad tot ons genomen te hebben kunnen we eindelijk onderweg naar de robbenplaat en de Piet Schevplaat.

.

Eindelijk opweg

 

Natuurlijk hebben we meer gedaan op Ameland >>Kijk maar mee<<